Verplichte paragrafen

 

 

 

Deze paragraaf bevat de inventarisatie van de weerstandscapaciteit, evenals van de risico’s die Ons loopt. Op basis van beide inventarisaties wordt aan het eind van deze risicoparagraaf het weerstandsvermogen beoordeeld. Deze risicoparagraaf gaat niet in detail in op het gevoerde risicomanagement (voorkomen, minimaliseren, beheersen van risico’s). De beleidskaders voor het risicomanagement van Ons zijn vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen en risicomanagement. Conform deze beleidskaders, heeft een kwantificering plaatsgevonden van de geïnventariseerde risico’s. De gegevens in deze paragraaf gaan uit van de meest recente update van de risico’s. 

Risicobeheersing en weerstandvermogen

Weerstandscapaciteit 

De weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen waarover we beschikten om niet begrote financiële tegenvallers, incidenteel of structureel, op te vangen. De algemene reserve was op 31 december 2024 € 741.079. 

Toelichting op de weerstandscapaciteit 

In de nota Reserves en Voorziening is opgenomen dat we kunnen beschikken over een algemene reserve voor de verrekening van het positieve of negatieve jaarrekeningresultaat en als buffer voor het afdekken van risico’s. De partners hebben in de Gemeenschappelijke Regeling opgenomen dat we beschikken over weerstandscapaciteit (artikel 17, lid 3). Deze is gemaximeerd op 5% van de totale jaaromzet van Ons (maximum is dan ca. 2 miljoen op basis van de meerjarenbegroting), tenzij de gekwalificeerde risico’s groter zijn. De beschikbare algemene weerstandscapaciteit is gerealiseerd in de algemene reserve van Ons. 

Risico’s 

In deze paragraaf lees je de risico’s die voortvloeien uit de meest recente risico update. Niet alle risico’s opgenomen in het risicoregister zijn relevant voor het weerstandsvermogen. Een deel van de risico’s is via verzekeringen afgedekt. Er zijn risico’s die wanneer ze zich voordoen niet direct financiële gevolgen hebben, maar wel bijvoorbeeld imagoschade tot gevolg hebben. In deze risicoparagraaf gaat het om risico’s met een kans op financieel verlies: 

 

 

 

  • die vooraf niet of niet goed meetbaar zijn; 
  • waarvoor beheersmaatregelen niet afdoende zijn om de effecten van de risico’s volledig te voorkomen; 
  • waarvoor geen verzekering kan worden afgesloten of waarvoor dit bedrijfseconomisch niet wenselijk is; 
  • of waarvoor anderszins geen voorziening kan worden getroffen. 

Er is voor een aantal van de geïnventariseerde risico’s onvoldoende inzicht om een concreet risicobedrag in het risicoregister op te kunnen nemen (dit zijn nu pro memorie posten). Waar dat wel mogelijk is, is in het risicoregister zo onderbouwd mogelijk een kwantificering van de financiële effecten gepresenteerd. Het risicoregister wordt  continu  geactualiseerd en waar mogelijk  aangescherpt. In de volgende tabel is de top 5 weergeven (alle bedragen x 1.000). 

Beoordeling weerstandsvermogen 

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De verhouding tussen deze twee wordt ook wel aangeduid als de weerstandsratio. De volgende tabel toont de ontwikkeling van risico’s en het weerstandsvermogen.

Conform de kaders uit de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement is het benodigde eigen vermogen ter afdekking van het risicobedrag bepaald op minimaal 50% van de berekende restrisico’s. Op dit moment is de weerstandsratio  106%, en daarmee ruimschoots boven het streefpercentage. Dit wordt veroorzaakt door het besluit van het bestuur rondom de resultaatbestemming 2023.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Financiële kengetallen

Netto schuldquote

Het kengetal netto schuldquote geeft aan of we investeringsruimte hebben. Ook zegt dit kengetal wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote van ons is met 8% als meer dan voldoende te bestempelen. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Het verschil ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt door enerzijds aflossingen van bestaande leningen waardoor het saldo van de vaste leningen in balans is gedaald en anderzijds de stijging van de vlottende schulden, door het tijdig ontvangen van kwartaalfacturen die betrekking hebben op 2025.

Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Deze is gedaald door de stijging van de vlottende schulden.

Financiering en EMU-saldo

In deze paragraaf wordt verantwoording afgelegd over in de begroting opgenomen beleidsitems m.b.t. de financiering en het risicobeheer van de leningenportefeuille. De Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO) en het Treasurystatuut 2018 zijn van toepassing.

Algemeen
Begin 2018 is het Treasurystatuut 2018 vastgesteld door het bestuur van de BVO Ons.

Hiermee zijn de bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten aanzien van de treasuryfunctie geregeld. De treasuryfunctie beweegt zich bij Ons op de achtergrond en wordt door de treasurer van de gemeente Zwolle uitgevoerd. Dit als onderdeel van de dienstverlening die tussen de BVO en de gemeente Zwolle op financieel gebied is afgesproken.

 Renteontwikkelingen 2024

Algemeen:

We zien dat de korte en lange looptijden steeds dichter bij elkaar zijn komen te liggen, waar we gedurende een langere periode zagen dat de korte tarieven fors hoger waren. De 10 jaars swap werd per 31 december op 2,36% geprijsd, terwijl voor een 2 jaars swap op 31 december 2,19% gold. Per ultimo 2024 kostte geld voor een maand 2,78%, terwijl dat 1 december 3,00% was. Een daling met 22 basispunten in een maand. Het tienjaar swaptarief steeg juist in die maand, van 2,15% naar 2,36%.

Geld- en kapitaalmarkt:

Vanaf 2022 zagen wij in eerste instantie de tarieven op de kapitaalmarkt flink oplopen. Het betreft hier de swap tarieven, dus zonder de opslag die geldt voor het daadwerkelijk aantrekken van de lening. Gedurende 2024 hebben de tarieven voor lange leningen geschommeld, maar zijn ze per saldo gedaald. Wel is, met name voor lange leningen, de liquiditeitsopslag die banken hanteren toegenomen.

Pas aan het eind van 2022 liepen de tarieven op de geldmarkt op, gedreven door de renteverhogingen die de Europese Centrale Bank heeft doorgevoerd. In 2024 is de rente diverse keren in stapjes van 0,25% verlaagd. De ECB deposito rente per ultimo 2024 bedroeg 3,00%. In februari 2025 is nogmaals een verlaging van 0,25% doorgevoerd en de verwachting is dat verdere dalingen zullen volgen in de rest van het jaar. Deze verlagingen zien wij ook terug in de euribor tarieven.

Kasgeldlimiet
Met betrekking tot het beheer van de renterisico’s zijn er wettelijke voorschriften. Zo wordt de maximale gemiddelde omvang, waarvoor kortlopende leningen (looptijd korter dan 1 jaar) en schulden in rekening courant mogen worden aangegaan, bepaald door de kasgeldlimiet. Dit betreft het gemiddelde van de saldi per de eerste van de maand, steeds berekend over een kwartaal. Deze kasgeldlimiet wordt volgens de Wet FIDO berekend op basis van een vast percentage (8,2%) van het begrotingstotaal. Het begrotingstotaal voor 2024 bedraagt € 35.645.000 wat tot een kasgeldlimiet van € 2.923.000 leidt. De limiet was in 2023 nog € 2.402.000 en is deze is dus ten opzichte van vorig jaar gestegen met ruim € 500.000. Gedurende het gehele jaar is als gemiddeld saldo per kwartaal sprake geweest van een positief liquiditeitssaldo. In onderstaande tabel is het verloop van de vlottende middelen in 2024 weergegeven. Er heeft geen overschrijding van de kasgeldlimiet plaatsgevonden in 2024.

Renterisiconorm
De renterisico’s op de langlopende financieringsmiddelen wordt ingekaderd door de renterisiconorm. De renterisiconorm is gebaseerd op 20% van de totale begroting. Dat wil voor 2024 zeggen dat Ons maximaal € 7.129.000 aan renteherzieningen en/of herfinanciering mocht hebben. Er werd in totaal  voor € 1.800.000 afgelost en dat past uitstekend binnen de toegestane norm. In 2024 zijn geen lange leningen aangetrokken. In het meer jaren beeld in onderstaand schema zijn de aflossingen gebaseerd op de laatste, werkelijke stand van de leningen.

Financiering

Sinds 2018 beschikt ONS over een rekening-courant krediet van € 1,0 miljoen bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) om tijdelijke liquiditeitstekorten op te kunnen vangen. Er zijn in 2024 geen nieuwe leningen aangetrokken. De aflossingen op de portefeuille bedroegen in dit jaar € 1.800.000. De leningen waarop werd afgelost hadden een iets hoger (in dit geval minder negatief) percentage dan de totale portefeuille aan het begin van het jaar, waardoor de gemiddelde rente aan het einde van het jaar iets lager (negatiever) was dan aan het begin van het jaar.Het verloop van de lange leningenportefeuille was als volgt:

Rentetoerekening

In het BBV is vanaf 2017 voorgeschreven hoe wij de doorberekening van de rente dienen te verantwoorden. Het renteomslag percentage dient op een éénduidige wijze berekend te worden door alle gemeenten, GR-en en aanverwante partijen, zodat onderlinge vergelijkbaarheid toeneemt en beter aansluit bij de werkelijke rentekosten. Door de negatieve rentelast van de afgesloten leningen en de rente die over tegoeden bij de schatkist is ontvangen is er in 2024 geen omslagrente toegerekend aan de integraal gefinancierde activa. Het renteschema is daarmee overbodig.

Kredietrisicobeheer, relatiebeheer en liquiditeitenbeheer
Ons heeft een rekening courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Ook de werkrekening voor het schatkistbankieren wordt bij BNG aangehouden. Daarnaast is voor Ons een schatkistrekening bij het Agentschap (Ministerie van Financiën) ingeregeld, welke via internet geraadpleegd kan worden.

Administratieve organisatie liquiditeitsfunctie
De administratie (inclusief betalingsverkeer en treasury)  is uitbesteed aan de gemeente Zwolle (met eigen procedures). Er wordt voorzien in functiescheiding door Zwolle.

Informatievoorziening
De toezichthouder wordt jaarlijks geïnformeerd over de renterisiconorm en de stand betreffende de kasgeldlimiet via de begroting en de jaarrekening.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Informatiebeveiliging onderdeel bedrijfsvoering

De Informatiebeveiligingsdienst voor gemeenten (IBD)heeft een traject uitgewerkt om de digitale weerbaarheid te verhogen door de Baseline Informatiebeveiliging Overheid. (BIO) op te splitsen in modules met opeenvolgende en samenhangende stappen. We hebben een interne audit uitgevoerd op de eerste module die zich richt op het op orde brengen van de belangrijkste maatregelen en processen, zoals incidentmanagement, changemanagement, configuratiemanagement, patchmanagement, en beheer van hardware, software, kwetsbaarheden, toegangsrechten en veilige configuraties. Opvolging wordt bewaakt via ons verbeterregister. 

Dit alles helpt ons bij het gedocumenteerd voldoen aan de BIO, hetgeen wordt gevraagd bij de invoering van de Cyberbeveiligingswet als uitvloeisel van Europese regelgeving. In het kader van de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) bij onze gemeentelijke partners leveren wij jaarlijks informatie aan over een aantal algemene BIO maatregelen waar we als Ons voor verantwoordelijk zijn. Op hoofdlijnen voldoen we aan de meeste onderdelen (80%), en werken we aan de  verbeterpunten. 

Informatieveiligheid blijft een gezamenlijke inspanning door en met onze medewerkers. Daarom gaan we verder met ons awarenessprogramma om onze medewerkers scherp te houden. We bieden gerichte ondersteuning voor onze IT-medewerkers en regelmatige phishingtesten om onze beveiliging nog sterker te maken. Ook hier wordt de opvolging bewaakt. Verder stimuleren we de meldingsbereidheid rondom phising etc. van collega’s en waarderen we dit door eens per kwartaal de waardevolste melding te belonen.

 

Privacy 

Voor onze blik op de stand van zaken rondom privacy gebruiken we het borgingsproduct AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) van de Informatiebeveiligingsdienst. De input hiervoor is gebaseerd op o.a. audits die door de Functionaris Gegevensbescherming (FG) zijn uitgevoerd, de voortgang van verbeteradviezen, aangevuld met diverse gesprekken. In 2024 vond een integrale update plaats en werden alle aanbevelingen uit 2023 opgevolgd en afgerond. Van de update 2024 staan nog twee van de vier aanbevelingen open en die twee gaan over het vergroten van de deelnamegraad van de introductie e-learnings en de wekelijkse micro-learnings. Deze learnings zijn bedoeld om het informatieveiligheid- en privacy bewustzijn op peil te krijgen en te houden. 

De AVG-scan bestaat uit 155 vragen gerangschikt naar 7 hoofdthema’s en deze levert eind 2024 het volgende beeld op:

Met name op het thema Beleid zijn in 2024 verbeteringen gerealiseerd (was 80%), vooral door een update van het beleid in het voorjaar. De punten waar we niet helemaal aan voldoen, zijn niet schokkend. Deze punten zijn immers niet strijdig met de principes van de privacywet. De basis, zoals het melden van datalekken en het bijhouden van verwerkingen, is ruim op orde, vindt onze FG en relevante verbeterpunten worden via het verbeterregister gemonitord. 

Beleidsindicatoren